Stadsverwarming

Stadsverwarming is een veelvoorkomende manier om een hele wijk duurzaam te verwarmen, zonder gebruik van aardgas. Het staat ook bekend als warmtenet of blokverwarming. Een grote centrale warmtebron zorgt voor verwarming en warm tapwater voor een groot aantal woningen in een wijk of een stadsdeel. Er zijn verschillende bronnen die kunnen dienen als stadsverwarming:

  • restwarmte van de industrie;
  • afvalverbrandingsinstallaties;
  • biomassa;
  • aardwarmte (geothermie);
  • bodemwarmte (i.c.m. warmtepompen).

Er zijn hoge verwachtingen voor de uitrol van stadswarmte. In 2050 zou de helft van de wijken in Nederland van warmte kunnen worden voorzien door stadswarmte. Met name in wijken waar veel woningen dicht op elkaar staan (hoogbouw) is een warmtenet rendabel. Via buizen in de grond wordt warm- (40 graden) tot zeer warm water (90 graden) naar de woningen in de wijk gebracht. Een warmtewisselaar in de woning zorgt er voor dat je die warmte kunt gebruiken om jouw woning te verwarmen en te douchen.

De uitrol van het warmtenet
De overheid heeft besloten dat alle Nederlandse woningen uiterlijk in 2050 aardgas vrij zijn. Gemeenten zijn op dit moment al hard aan het werk om hier plannen voor te maken. Uiterlijk in 2021 moeten alle gemeenten een plan hebben om te bepalen hoe en wanneer de wijken in de gemeente van het gas af gaan. De gemeente zal hierover vooraf met bewoners communiceren en in gesprek gaan.

Het uitrollen van warmtenetten is, mede hierdoor, al aan de gang. Gemeenten proberen de uitrol af te stemmen op andere geplande onderhoudswerkzaamheden. Bijvoorbeeld als de straat open moet om de riolering te vervangen of wanneer de gasleidingen in de wijk aan vervanging toe zijn. Eigenaren van bestaande koopwoningen zijn niet verplicht om aan te sluiten op het warmtenet. Ze zijn vrij om te kiezen voor een alternatieve warmtebron zoals een warmtepomp of een pelletsysteem. Indien een bewoner besluit om zelf een andere warmtebron te nemen, worden de leidingen van de stadsverwarming vaak tot aan de voordeur ingegraven. Hierdoor kan indien nodig op een later moment alsnog worden aangesloten op het warmtenet.



Kosten aansluiten op warmtenet
In de warmtewet is vastgelegd hoeveel de kosten voor een warmtenet maximaal mag zijn. Dit heeft betrekking op zowel de vaste aansluitkosten en de variabele kosten per deel afgenomen warmte (GJ). Op dit moment is het niet mogelijk om zelf een aanbieder van stadswarmte te kiezen. Om de consument te beschermen tegen de kosten van een mogelijk monopolie staat in de warmtewet dat de kosten niet hoger mogen zijn dan een bewoner kwijt zou zijn met een eigen cv-ketel op aardgas. Er is op dit moment veel discussie over deze regels. De overheid heeft namelijk aangekondigd dat de prijzen op aardgas de komende jaren omhoog zullen gaan om consumenten te stimuleren minder aardgas te gebruiken. Hoe dit uit gaat pakken zal de komende tijd blijken.

Hoge en lage temperaturen
Hoe goed een woning geïsoleerd moet zijn om aan te kunnen sluiten op het warmtenet hangt af van het type warmtenet. Warmtenetten verschillen namelijk in de temperatuur. Hoe lager de temperatuur van het warmtenet, hoe beter de woningen geïsoleerd moeten zijn. Een warmtenet op basis van een hoge temperatuur levert warmte van circa 90 graden. Met deze temperatuur kan iedere (ongeïsoleerde) woning van warmte worden voorzien. Het nadeel hiervan is dat het opwekken van deze hoge temperatuur niet efficiënt is. Bovendien wordt relatief veel warmte verloren bij het rondpompen van het warme water van de stadsverwarmingscentrale naar de woningen.

Een midden-temperatuur warmtenet heeft een gemiddelde temperatuur van circa 70 graden. Met deze temperatuur is een matig geïsoleerde woning goed te verwarmen. In oudere wijken waar een goede isolatie van de woning niet mogelijk is, kan een warmtenet van 70 graden uitkomst bieden.

Goed geïsoleerde woningen kunnen op basis van lagere temperaturen verwarmd worden. Indien een woning beschikt over minimaal spouwmuurisolatie, HR++ glas, vloerisolatie (Rc 3.5) en dakisolatie (Rc 4.0) kan worden gewerkt met temperaturen van 50 tot 55 graden. Dit niveau van isoleren is bij een gemiddelde woning goed te realiseren. Bij na-isolatie van een eerder ongeïsoleerde woning heb je dan het voordeel dat de radiatorcapaciteit is berekend op een niet geïsoleerde woning: hierdoor is het waarschijnlijk niet nodig om aanpassingen te doen aan het warmte-afgiftesysteem.

Bij duurzame nieuwbouwwijken zijn woningen vanuit de bouw al zo goed geïsoleerd, dat kan worden gewerkt met lage temperaturen: < 40 graden. Ook wijken die een zeer grondige renovatie krijgen, kunnen hier geschikt voor gemaakt worden. Het voordeel van een laag temperatuur warmtenet is dat de leidingen weinig energieverlies hebben door transport. Hoog- en laag temperatuur stadsverwarming kan met elkaar gecombineerd worden. De restwarmte van een hoog temperatuur warmtenet voor een wijk met slecht/matig geïsoleerde woningen kan gebruikt worden als laag temperatuur warmtenet.

Lees voor meer informatie over stadsverwarming de veel gestelde vragen onderaan deze pagina!

Veel gestelde vragen

Krijgt iedereen een aansluiting op het warmtenet?

Niet iedereen zal een aansluiting krijgen op het warmtenet. Het warmtenet is slechts één van de mogelijkheden om woningen te verwarmen. Om Nederland van het aardgas af te halen zal van verschillende opties gebruik moeten worden gemaakt: warmtenetten, groen gas, waterstofgas, elektrische warmtepompen of biomassa/pelletketels. Met name in gebieden met dichte bebouwing (veel hoogbouw) zal stadsverwarming een prominente rol krijgen.

Hoe duurzaam is stadsverwarming?

Dit is afhankelijk van de warmtebron van de stadsverwarming. Milieu Centraal schat in dat op basis van de huidige omstandigheden een warmtenet met een duurzame bron tot 50 à 70% minder CO2 uitstoot in vergelijking met individuele aardgasgestookte Cv-ketels. Er zijn helaas geen nauwkeurige cijfers beschikbaar. Hoe duurzaam het warmtenet is, hangt onder meer af van:

  • De daadwerkelijke warmtebron (restwarmte, biomassa of geothermie);
  • Een eventuele hulpbron om bij te springen op hele koude dagen;
  • Hoe de stroom voor de elektrische pompen wordt opgewekt;
  • De temperatuur van het water van de stadsverwarming (hoe lager de temperatuur, hoe minder warmteverlies).

Wat is het verschil tussen aardwarmte en bodemwarmte?

Wanneer we spreken over aardwarmte doelen we op zeer diepe boringen. Aardwarmte is warmte uit waterhoudende aardlagen van 1 tot 3 kilometer diep. Het staat ook bekend als geothermie. De warmte is doorgaans van hoge temperatuur, maximaal 120 graden. In het Westland gebruiken tuinders al geothermie voor het verwarmen van kassen. In meer gebieden in Nederland zijn geschikte locaties, maar er moet ook nog veel in kaart worden gebracht. Het boren naar nieuwe bronnen zal daarom nog wel een paar jaar duren.

Bij bodemwarmte zijn de boringen een stuk minder diep, tussen de 100 en 300 meter. Met behulp van een grote, gezamenlijke elektrische warmtepomp is dit de bron voor het warmtenet. Dat gebeurt met warmte-koude opslag (WKO). Dat is een systeem voor verwarming in de winter en koeling in de zomer. In de bodem is de temperatuur zo’n 10 tot 13 graden. Er worden 2 putten van 100 tot 300 meter geboord. De ene put levert in de winter de warmte voor een warmtepomp, die er verwarmingswater van 40 graden van maakt. Het afgekoelde grondwater gaat vervolgens terug de grond in naar de andere put. In de zomer wordt water uit de koudere put gebruikt voor koeling, en gaat het warmer terug de eerste put in. Dit helpt om de bron in balans te houden.

advies nodig?
wij zijn er voor je!
Heb je hulp nodig bij het verduurzamen van jouw woning of nieuwbouw project? Vraag naar een van onze energie adviseurs.
Deze website maakt gebruik van Cookies Uitleg over cookies, met een link naar de pagina met privacy beleid Meer informatie Cookies toestaan